bijmaken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to make more
Uitspraak: /ˈbɛi̯maːkə(n)/
Voorbeeld
Ik moet nog wat extra kopieën bijmaken.
Vervoeging
| ik | bijmaak |
| jij | bijmaakt |
| hij | bijmaakt |
| wij | bijmaken |
| jullie | bijmaken |
| zij | bijmaken |
Verleden tijd
makte / makten
Voltooid deelwoord
hebbengebijmakt
Gebiedende wijs
mak
Voorwaardelijke wijs
zou bijmaken
Toekomende tijd
zal bijmaken
Scheidbaar werkwoord