bijregelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to adjust alongside
Uitspraak: /ˈbɛi̯ˌreːɣələ(n)/
Voorbeeld
Kun je de thermostaat even bijregelen?
Vervoeging
ikbijregel
jijbijregelt
hijbijregelt
wijbijregelen
julliebijregelen
zijbijregelen
Verleden tijd
regelde / regelden
Voltooid deelwoord
hebbengebijregeld
Gebiedende wijs
regel
Voorwaardelijke wijs
zou bijregelen
Toekomende tijd
zal bijregelen
Scheidbaar werkwoord