bijspreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to talk over
Uitspraak: /ˈbɛi̯spreːkə(n)/
Voorbeeld
We moeten binnenkort even bijspreken.
Vervoeging
| ik | bijspreek |
| jij | bijspreekt |
| hij | bijspreekt |
| wij | bijspreken |
| jullie | bijspreken |
| zij | bijspreken |
Verleden tijd
sprekte / sprekten
Voltooid deelwoord
hebbengebijsprekt
Gebiedende wijs
sprek
Voorwaardelijke wijs
zou bijspreken
Toekomende tijd
zal bijspreken
Scheidbaar werkwoord