bijstellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
adjust
Uitspraak: /ˈbɛi̯.stɛ.lə(n)/
Voorbeeld
We moeten onze plannen bijstellen vanwege het weer.
Vervoeging
ikbijstel
jijbijstelt
hijbijstelt
wijbijstellen
julliebijstellen
zijbijstellen
Verleden tijd
stellde / stellden
Voltooid deelwoord
hebbengebijstelld
Gebiedende wijs
stell
Voorwaardelijke wijs
zou bijstellen
Toekomende tijd
zal bijstellen
Scheidbaar werkwoord