bingo

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
het
Vertaling
bingo
Uitspraak: /ˈbɪŋ.ɡo/
Voorbeeld
Ze riep 'Bingo!' toen ze won.
Meervoud
bingo's
Verkleinwoord
bingootje
tussenwerpsela1
Vertaling
bingo
Uitspraak: /ˈbɪŋ.ɡo/
Voorbeeld
Bingo! Ik heb gewonnen!