binnenblijven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to stay inside
Uitspraak: /ˈbɪnə(n)ˌblɛi̯və(n)/
Voorbeeld
Bij slecht weer moeten we binnenblijven.
Vervoeging
ikblijf binnen
jijblijft binnen
hijblijft binnen
wijbinnenblijven
julliebinnenblijven
zijbinnenblijven
Verleden tijd
blijvde / blijvden
Voltooid deelwoord
hebbengebinnenblijvd
Gebiedende wijs
blijv
Voorwaardelijke wijs
zou binnenblijven
Toekomende tijd
zal binnenblijven
Scheidbaar werkwoord