binnengaan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to enter
Uitspraak: /ˈbɪ.nə(n)ˌɣaːn/
Voorbeeld
We mogen nu het gebouw binnengaan.
Vervoeging
| ik | ga binnen |
| jij | gaat binnen |
| hij | gaat binnen |
| wij | gaan binnen |
| jullie | gaan binnen |
| zij | gaan binnen |
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengebinnengaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou binnengaan
Toekomende tijd
zal binnengaan
Scheidbaar werkwoord