binnensluiten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
enclose internally
Uitspraak: /ˈbɪn.ənˌslœy̯.tə(n)/
Voorbeeld
Ze moesten de dieren in de stal binnensluiten voor de nacht.
Vervoeging
iksluit binnen
jijsluit binnen
hijsluit binnen
wijbinnensluiten
julliebinnensluiten
zijbinnensluiten
Verleden tijd
sluitte / sluitten
Voltooid deelwoord
hebbengebinnensluitt
Gebiedende wijs
sluit
Voorwaardelijke wijs
zou binnensluiten
Toekomende tijd
zal binnensluiten
Scheidbaar werkwoord