blauw

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
blauw
Uitspraak: /blɑu̯/
Voorbeeld
De lucht is vandaag heel blauw.
Vergrotende trap
blauwer
Overtreffende trap
blauwst
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
blauw
Uitspraak: /blɑu̯/
Voorbeeld
De lucht is vandaag helder blauw.