blijken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
blijken
Uitspraak: /ˈblɛi̯kə(n)/
Voorbeeld
Het blijkt dat hij gelijk had.
Vervoeging
ikblijk
jijblijkt
hijblijkt
wijblijken
jullieblijken
zijblijken
Verleden tijd
bleek / bleken
Voltooid deelwoord
zijngebleken
Gebiedende wijs
blijk
Voorwaardelijke wijs
zou blijken
Toekomende tijd
zal blijken