boeien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
boeien
Uitspraak: /ˈbu.jə(n)/
Voorbeeld
Het boek wist me te boeien tot de laatste pagina.
Vervoeging
| ik | boei |
| jij | boeit |
| hij | boeit |
| wij | boeien |
| jullie | boeien |
| zij | boeien |
Verleden tijd
boeide / boeiden
Voltooid deelwoord
hebbengeboeid
Gebiedende wijs
boei
Voorwaardelijke wijs
zou boeien
Toekomende tijd
zal boeien
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
boeien
Uitspraak: /ˈbujə(n)/
Voorbeeld
De politie deed de boeien om zijn polsen.