boeten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
boeten
Uitspraak: /ˈbutən/
Voorbeeld
Hij moet boeten voor zijn fouten.
Vervoeging
| ik | boet |
| jij | boet |
| hij | boet |
| wij | boeten |
| jullie | boeten |
| zij | boeten |
Verleden tijd
boette / boetten
Voltooid deelwoord
hebbengeboet
Gebiedende wijs
boet
Voorwaardelijke wijs
zou boeten
Toekomende tijd
zal boeten