boksen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
boksen
Uitspraak: /ˈbɔk.sə(n)/
Voorbeeld
Hij gaat elke week boksen in de sportschool.
Vervoeging
| ik | boks |
| jij | bokst |
| hij | bokst |
| wij | boksen |
| jullie | boksen |
| zij | boksen |
Verleden tijd
bokste / boksten
Voltooid deelwoord
hebbengebokst
Gebiedende wijs
boks
Voorwaardelijke wijs
zou boksen
Toekomende tijd
zal boksen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
boksen
Uitspraak: /ˈbɔksə(n)/
Voorbeeld
Boksen is een populaire sport in Nederland.