bonken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
thump
Uitspraak: /bɔŋk/
Voorbeeld
Hij bonkt op de deur om aandacht te krijgen.
Vervoeging
| ik | bonk |
| jij | bonkt |
| hij | bonkt |
| wij | bonken |
| jullie | bonken |
| zij | bonken |
Verleden tijd
bonkte / bonkten
Voltooid deelwoord
hebbengebonkt
Gebiedende wijs
bonk
Voorwaardelijke wijs
zou bonk
Toekomende tijd
zal bonk