bont
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
fur
Uitspraak: /bɔnt/
Voorbeeld
De jas was afgezet met bont.
Meervoud
bonten
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
colorful
Uitspraak: /bɔnt/
Voorbeeld
Ze draagt een bont jasje.