boosten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
boost
Uitspraak: /bust/
Voorbeeld
Ze wil haar zelfvertrouwen een boost geven.
Vervoeging
| ik | boost |
| jij | boost |
| hij | boost |
| wij | boosten |
| jullie | boosten |
| zij | boosten |
Verleden tijd
boostte / boostten
Voltooid deelwoord
hebbengeboostt
Gebiedende wijs
boost
Voorwaardelijke wijs
zou boost
Toekomende tijd
zal boost