borg
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
borg
Uitspraak: /bɔrɣ/
Voorbeeld
Je moet een borg betalen voor de huur.
Meervoud
borgen
Verkleinwoord
borgje