bowlen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
bowl
Uitspraak: /boʊl/
Voorbeeld
We gaan vanavond bowlen met vrienden.
Vervoeging
| ik | bowl |
| jij | bowlt |
| hij | bowlt |
| wij | bowlen |
| jullie | bowlen |
| zij | bowlen |
Verleden tijd
bowlde / bowlden
Voltooid deelwoord
hebbengebowld
Gebiedende wijs
bowl
Voorwaardelijke wijs
zou bowl
Toekomende tijd
zal bowl