braden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to roast
Uitspraak: /ˈbraː.də(n)/
Voorbeeld
Ze gaat de kip in de oven braden voor het avondeten.
Vervoeging
| ik | braad |
| jij | braadt |
| hij | braadt |
| wij | braden |
| jullie | braden |
| zij | braden |
Verleden tijd
braadde / braadden
Voltooid deelwoord
hebbengebraden
Gebiedende wijs
brad
Voorwaardelijke wijs
zou braden
Toekomende tijd
zal braden