breken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
breken
Uitspraak: /ˈbreːkə(n)/
Voorbeeld
Pas op dat je het glas niet breekt.
Vervoeging
| ik | breek |
| jij | breekt |
| hij | breekt |
| wij | breken |
| jullie | breken |
| zij | breken |
Verleden tijd
brak / braken
Voltooid deelwoord
hebbengebroken
Gebiedende wijs
breek
Voorwaardelijke wijs
zou breken
Toekomende tijd
zal breken