bril
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
bril
Uitspraak: /brɪl/
Voorbeeld
Hij draagt een bril om beter te zien.
Meervoud
brillen
Verkleinwoord
brilletje