buitenslapen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
sleep outside
Uitspraak: /ˈbœytə(n)ˌslaːpə(n)/
Voorbeeld
We gaan vanavond buitenslapen in de tuin.
Vervoeging
ikbuitenslaap
jijbuitenslaapt
hijbuitenslaapt
wijbuitenslapen
julliebuitenslapen
zijbuitenslapen
Verleden tijd
slapte / slapten
Voltooid deelwoord
hebbengebuitenslapt
Gebiedende wijs
slap
Voorwaardelijke wijs
zou buitenslapen
Toekomende tijd
zal buitenslapen
Scheidbaar werkwoord