buitensluiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
exclude
Uitspraak: /ˈbœy̯tə(n)ˌslœy̯tə(n)/
Voorbeeld
Het is niet leuk om iemand buitensluiten van het spel.
Vervoeging
| ik | sluit buiten |
| jij | sluit buiten |
| hij | sluit buiten |
| wij | sluiten buiten |
| jullie | sluiten buiten |
| zij | sluiten buiten |
Verleden tijd
sluitte / sluitten
Voltooid deelwoord
hebbengebuitensluitt
Gebiedende wijs
sluit
Voorwaardelijke wijs
zou buitensluiten
Toekomende tijd
zal buitensluiten
Scheidbaar werkwoord