bukken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
bukken
Uitspraak: /ˈbʏ.kə(n)/
Voorbeeld
Je moet bukken om door die deur te gaan.
Vervoeging
| ik | buk |
| jij | bukt |
| hij | bukt |
| wij | bukken |
| jullie | bukken |
| zij | bukken |
Verleden tijd
bukte / bukten
Voltooid deelwoord
hebbengebukt
Gebiedende wijs
buk
Voorwaardelijke wijs
zou bukken
Toekomende tijd
zal bukken