cadeau

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
cadeau
Uitspraak: /kaːˈdoː/
Voorbeeld
Ik heb een cadeau voor je gekocht.
Meervoud
cadeaus
Verkleinwoord
cadeautje