coördineren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
coordinate
Uitspraak: /koːˌɔrdiˈneːrə(n)/
Voorbeeld
Hij moet het project coördineren.
Vervoeging
ikcoördineer
jijcoördineert
hijcoördineert
wijcoördineren
julliecoördineren
zijcoördineren
Verleden tijd
coördinerde / coördinerden
Voltooid deelwoord
hebbengecoördinerd
Gebiedende wijs
coördiner
Voorwaardelijke wijs
zou coördineren
Toekomende tijd
zal coördineren