coach

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
coach
Uitspraak: /kotʃ/
Voorbeeld
De coach motiveerde het team voor de wedstrijd.
Meervoud
coaches
Verkleinwoord
coachje