communiceren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
communiceren
Uitspraak: /kɔˌmyː.niˈseː.rə(n)/
Voorbeeld
We moeten beter communiceren om misverstanden te voorkomen.
Vervoeging
| ik | communiceer |
| jij | communiceert |
| hij | communiceert |
| wij | communiceren |
| jullie | communiceren |
| zij | communiceren |
Verleden tijd
communiceerde / communiceerden
Voltooid deelwoord
hebbengecommuniceerd
Gebiedende wijs
communiceer
Voorwaardelijke wijs
zou communiceren
Toekomende tijd
zal communiceren