dagen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to last
Uitspraak: /ˈdaː.ɣən/
Voorbeeld
De dagen worden korter in de winter.
Vervoeging
ikdaag
jijdaagt
hijdaagt
wijdagen
julliedagen
zijdagen
Verleden tijd
dagde / dagden
Voltooid deelwoord
hebbengedagd
Gebiedende wijs
dag
Voorwaardelijke wijs
zou dagen
Toekomende tijd
zal dagen