declareren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
declare
Uitspraak: /deːklaˈreːrə(n)/
Voorbeeld
Je moet deze kosten declareren bij je werkgever.
Vervoeging
| ik | declareer |
| jij | declareert |
| hij | declareert |
| wij | declareren |
| jullie | declareren |
| zij | declareren |
Verleden tijd
declarerde / declarerden
Voltooid deelwoord
hebbengedeclarerd
Gebiedende wijs
declarer
Voorwaardelijke wijs
zou declareren
Toekomende tijd
zal declareren