delegeren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
delegate
Uitspraak: /deːləˈɣeːrə(n)/
Voorbeeld
Zij leert taken delegeren aan haar team.
Vervoeging
| ik | delegeer |
| jij | delegeert |
| hij | delegeert |
| wij | delegeren |
| jullie | delegeren |
| zij | delegeren |
Verleden tijd
delegerde / delegerden
Voltooid deelwoord
hebbengedelegerd
Gebiedende wijs
deleger
Voorwaardelijke wijs
zou delegeren
Toekomende tijd
zal delegeren