demonstreren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
demonstrate
Uitspraak: /ˌdeːmɔnˈstreːrə(n)/
Voorbeeld
De leraar zal de nieuwe methode demonstreren.
Vervoeging
| ik | demonstreer |
| jij | demonstreert |
| hij | demonstreert |
| wij | demonstreren |
| jullie | demonstreren |
| zij | demonstreren |
Verleden tijd
demonstrerde / demonstrerden
Voltooid deelwoord
hebbengedemonstrerd
Gebiedende wijs
demonstrer
Voorwaardelijke wijs
zou demonstreren
Toekomende tijd
zal demonstreren