discussiëren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
discuss
Uitspraak: /dɪskʏˈsiːrə(n)/
Voorbeeld
We gaan vanavond over het plan discussiëren.
Vervoeging
| ik | discussieer |
| jij | discussieert |
| hij | discussieert |
| wij | discussiëren |
| jullie | discussiëren |
| zij | discussiëren |
Verleden tijd
discussiërde / discussiërden
Voltooid deelwoord
hebbengediscussiërd
Gebiedende wijs
discussiër
Voorwaardelijke wijs
zou discussiëren
Toekomende tijd
zal discussiëren