doen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
doen
Uitspraak: /duːn/
Voorbeeld
Wat ga je vandaag doen?
Vervoeging
| ik | doe |
| jij | doet |
| hij | doet |
| wij | doen |
| jullie | doen |
| zij | doen |
Verleden tijd
deed / deden
Voltooid deelwoord
hebbengedaan
Gebiedende wijs
doe
Voorwaardelijke wijs
zou doen
Toekomende tijd
zal doen