donderen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
donder
Uitspraak: /ˈdɔndər/
Voorbeeld
Het begint te donderen buiten.
Vervoeging
ikdonder
jijdondert
hijdondert
wijdonderen
julliedonderen
zijdonderen
Verleden tijd
donderde / donderden
Voltooid deelwoord
hebbengedonderd
Gebiedende wijs
donder
Voorwaardelijke wijs
zou donder
Toekomende tijd
zal donder