doorbewegen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to move through
Uitspraak: /ˈdoːr.bəˌʋeː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Tijdens de oefening moet je blijven doorbewegen.
Vervoeging
| ik | doorbeweeg |
| jij | doorbeweegt |
| hij | doorbeweegt |
| wij | doorbewegen |
| jullie | doorbewegen |
| zij | doorbewegen |
Verleden tijd
bewegde / bewegden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorbewegd
Gebiedende wijs
beweg
Voorwaardelijke wijs
zou doorbewegen
Toekomende tijd
zal doorbewegen
Scheidbaar werkwoord