doordragen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to carry through
Uitspraak: /ˈdoːrˌdraː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Hij kan de verantwoordelijkheid goed doordragen.
Vervoeging
ikdraag door
jijdraagt door
hijdraagt door
wijdoordragen
julliedoordragen
zijdoordragen
Verleden tijd
dragde / dragden
Voltooid deelwoord
hebbengedoordragd
Gebiedende wijs
drag
Voorwaardelijke wijs
zou doordragen
Toekomende tijd
zal doordragen
Scheidbaar werkwoord