doorgroeien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
grow further
Uitspraak: /ˈdoːrˌɣrʏ.jə(n)/
Voorbeeld
Hij wil in zijn carrière doorgroeien.
Vervoeging
| ik | groei door |
| jij | groeit door |
| hij | groeit door |
| wij | doorgroeien |
| jullie | doorgroeien |
| zij | doorgroeien |
Verleden tijd
groeide / groeiden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorgroeid
Gebiedende wijs
groei
Voorwaardelijke wijs
zou doorgroeien
Toekomende tijd
zal doorgroeien
Scheidbaar werkwoord