doorleren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to continue learning
Uitspraak: /ˈdoːrˌleː.rə(n)/
Voorbeeld
Na de middelbare school wil ik doorleren aan de universiteit.
Vervoeging
ikdoorleer
jijdoorleert
hijdoorleert
wijdoorleren
julliedoorleren
zijdoorleren
Verleden tijd
lerde / lerden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorlerd
Gebiedende wijs
ler
Voorwaardelijke wijs
zou doorleren
Toekomende tijd
zal doorleren
Scheidbaar werkwoord