doorlezen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to read through
Uitspraak: /ˈdoːrˌleː.zə(n)/
Voorbeeld
Ik ga het rapport nog even doorlezen.
Vervoeging
iklees door
jijleest door
hijleest door
wijdoorlezen
julliedoorlezen
zijdoorlezen
Verleden tijd
lezde / lezden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorlezd
Gebiedende wijs
lez
Voorwaardelijke wijs
zou doorlezen
Toekomende tijd
zal doorlezen
Scheidbaar werkwoord