doorprikken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
puncture
Uitspraak: /ˈdoːrˌprɪ.kə(n)/
Voorbeeld
Je moet de ballon doorprikken.
Vervoeging
ikprik door
jijprikt door
hijprikt door
wijdoorprikken
julliedoorprikken
zijdoorprikken
Verleden tijd
prikkte / prikkten
Voltooid deelwoord
hebbengedoorprikkt
Gebiedende wijs
prikk
Voorwaardelijke wijs
zou doorprikken
Toekomende tijd
zal doorprikken
Scheidbaar werkwoord