doorrekenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
calculate
Uitspraak: /ˈdoːrˌreː.kə(n)/
Voorbeeld
We moeten de kosten nog doorrekenen.
Vervoeging
ikreken door
jijrekent door
hijrekent door
wijdoorrekenen
julliedoorrekenen
zijdoorrekenen
Verleden tijd
rekende / rekenden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorrekend
Gebiedende wijs
reken
Voorwaardelijke wijs
zou doorrekenen
Toekomende tijd
zal doorrekenen
Scheidbaar werkwoord