doorslapen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to sleep through
Uitspraak: /ˈdoːrˌslaː.pə(n)/
Voorbeeld
Het is fijn als de baby de hele nacht doorslaapt.
Vervoeging
ikdoorslaap
jijdoorslaapt
hijdoorslaapt
wijdoorslapen
julliedoorslapen
zijdoorslapen
Verleden tijd
slapte / slapten
Voltooid deelwoord
hebbengedoorslapt
Gebiedende wijs
slap
Voorwaardelijke wijs
zou doorslapen
Toekomende tijd
zal doorslapen
Scheidbaar werkwoord