doorspelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to continue playing
Uitspraak: /ˈdoːrˌspeː.lə(n)/
Voorbeeld
Ze wilden het spel tot het einde doorspelen.
Vervoeging
ikdoorspeel
jijdoorspeelt
hijdoorspeelt
wijdoorspelen
julliedoorspelen
zijdoorspelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengedoorspeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou doorspelen
Toekomende tijd
zal doorspelen
Scheidbaar werkwoord