doorstarten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to restart
Uitspraak: /ˈdoːrˌstɑr.tə(n)/
Voorbeeld
Na de pauze gaan we doorstarten met het project.
Vervoeging
ikdoorstart
jijdoorstart
hijdoorstart
wijdoorstarten
julliedoorstarten
zijdoorstarten
Verleden tijd
startte / startten
Voltooid deelwoord
hebbengedoorstartt
Gebiedende wijs
start
Voorwaardelijke wijs
zou doorstarten
Toekomende tijd
zal doorstarten
Scheidbaar werkwoord