doortrainen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to train through
Uitspraak: /ˈdoːr.trɛi.nə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot om na de wedstrijd door te trainen.
Vervoeging
ikdoortrain
jijdoortraint
hijdoortraint
wijdoortrainen
julliedoortrainen
zijdoortrainen
Verleden tijd
trainde / trainden
Voltooid deelwoord
hebbengedoortraind
Gebiedende wijs
train
Voorwaardelijke wijs
zou doortrainen
Toekomende tijd
zal doortrainen
Scheidbaar werkwoord