doorwerken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to continue working
Uitspraak: /ˈdoːrˌʋɛr.kə(n)/
Voorbeeld
We moeten vanavond doorwerken om het project af te krijgen.
Vervoeging
| ik | werk door |
| jij | werkt door |
| hij | werkt door |
| wij | doorwerken |
| jullie | doorwerken |
| zij | doorwerken |
Verleden tijd
werkte / werkten
Voltooid deelwoord
hebbengedoorwerkt
Gebiedende wijs
werk
Voorwaardelijke wijs
zou doorwerken
Toekomende tijd
zal doorwerken
Scheidbaar werkwoord