dragen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to carry
Uitspraak: /ˈdraːɣə(n)/
Voorbeeld
Hij draagt altijd een hoed.
Vervoeging
ikdraag
jijdraagt
hijdraagt
wijdragen
julliedragen
zijdragen
Verleden tijd
droeg / droegen
Voltooid deelwoord
hebbengedragen
Gebiedende wijs
drag
Voorwaardelijke wijs
zou dragen
Toekomende tijd
zal dragen