dromen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
dromen
Uitspraak: ˈdroːmən
Voorbeeld
Ik droom vaak over verre landen.
Vervoeging
| ik | droom |
| jij | droomt |
| hij | droomt |
| wij | dromen |
| jullie | dromen |
| zij | dromen |
Verleden tijd
droomde / droomden
Voltooid deelwoord
hebbengedroomd
Gebiedende wijs
droom
Voorwaardelijke wijs
zou dromen
Toekomende tijd
zal dromen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
dromen
Uitspraak: /ˈdroːmə(n)/
Voorbeeld
Zijn dromen zijn vaak heel levendig.