duiken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
duiken
Uitspraak: /ˈdœy̯.kə(n)/
Voorbeeld
Hij houdt van duiken in de zee.
Vervoeging
| ik | duik |
| jij | duikt |
| hij | duikt |
| wij | duiken |
| jullie | duiken |
| zij | duiken |
Verleden tijd
dook / doken
Voltooid deelwoord
hebben/zijngedoken
Gebiedende wijs
duik
Voorwaardelijke wijs
zou duiken
Toekomende tijd
zal duiken